Top

innographic

Wat is innovatie?

Innovatie wordt door iedereen net iets anders begrepen, maar met hetzelfde woord omschreven.

Innovatie is voor de industriële drukker een ander woord dan voor de grafisch ontwerper. De toeleverancier ziet het misschien als kans op kostenreductie van zijn product en de marketeer denkt aan extra slingers bij of een nieuw jasje voor hetzelfde product. De ambitieuze ondernemer ziet de kansen en de dreigingen van mondiale ontwikkeling en de kleine ondernemer weet wat de lokale markt vraagt.

Volgens de digitale Van Dale is het de ‘invoering van een nieuwigheid’. Een ander woordenboek maakt onderscheid tussen ideeën en dingen. Een derde partij spreekt over de commerciële uitnutting ervan. De vierde noemt vooral productieprocessen, weer een ander stelt: ‘zich met een onderzoekende en nieuwsgierige geest richten op toekomstige vernieuwing van strategie, producten, diensten, markten’.

Ook het innovatieproces kan weer worden onderverdeeld. Bijvoorbeeld als volgt (ThinkSmart.com):

  1. Inventie
    het uitvinden van nieuwigheden
  2. Innovatie
    het toepassen van nieuwe mogelijkheden of producten/processen
  3. Diffusie
    het verspreiden en algemeen toepassen van innovaties

Verder wordt in de volksmond vooral het bedrijf innovatief genoemd, maar de meest wezenlijke voorwaarden voor innovatie zijn: context, cultuur en mensen en waarden.

De Innovatietheorie van Rogers (zoals beschreven in zijn boek Diffusion of Innovations) is een theorie die iets vertelt over de verspreiding van een innovatie (een nieuw product of idee) door de tijd, binnen een groep. De originele theorie is bedacht door de Fransman Gabriel Tarde, maar populair geworden door Everett Rogers.

De theorie is met name bekend uit de marketingwereld, hoewel Rogers een socioloog was en zijn voorbeelden baseerde op innovatieve ideeën zoals het koken van water om ziekten te voorkomen. Centraal in de theorie staat de beschrijving van de levenscyclus van een innovatie. Rogers onderscheidt vijf stadia, waarin vijf verschillende groepen worden onderscheiden die het product of nieuwe idee accepteren:

Innovatietheorie van Rogers

  • innovatoren (innovators) (2,5%) – Deze groep mensen zijn de eersten die het product willen hebben. Ze zijn op zoek naar het nieuwste van het nieuwste.
  • pioniers (early adopters) (13,5%) – Net na de innovators bestaat de groep van early adopters uit mensen die ook uit zijn op nieuwe dingen. Deze fase wordt gekenmerkt door een sterke groei in de verkoop.
  • voorloper (early majority) (34%) – Dit is de eerste grote groep mensen die het product gaat kopen. Het product wordt door de massa opgenomen en bereikt zijn volwassenheidsfase.
  • achterlopers (late majority (34%) – Het product is volwassen, het overgrote deel van de markt is bekend met het product en koopt het. De verkopen zullen langzaam afnemen in deze fase.
  • achterblijvers (laggards) (16%) – De laatste fase van het product. Het product gaat eigenlijk de markt uit en een laatste groep mensen koopt het product vanwege (bijvoorbeeld) een goede aanbieding. De verkopen zullen afnemen in deze fase.

Deze beschrijving volgt de verschillende groepen mensen die het product aanschaffen. Het model is ook uit te drukken in termen van volwassenheid van het product, de fasen zijn dan: introductie, groei, volwassenheid, verzadiging en teruggang. Het valt op dat de groepen en percentages precies lijken op die van de berekening van de standaard-deviatie* uit de wiskunde. Er moet in dit tijdperk van internet en sociale media wel kritisch gekeken worden naar de doelgroepen en de snelheid waarmee zij bereikt kunnen worden. Een standaardmodel dient hooguit ter verduidelijking van een idee.

* noot redactie: De standaarddeviatie kan gebruikt worden als indicator voor het normaal verdeeld zijn van de variabele. Als vaak voorkomend en als vuistregel geldt dat er in het interval dat bepaald wordt door het gemiddelde plus één maal de standaarddeviatie (de bovengrens) en het gemiddelde min één maal de standaarddeviatie (de ondergrens), ongeveer 69% van alle waarden voor moet komen. Bij plus of min twee maal de standaarddeviatie ligt ongeveer 95%, en bij plus of min drie maal de standaarddeviatie ligt 99% (zie illustratie hieronder). Is dit niet het geval dan heeft men een andere verdeling.

Het Innovatieplatform was een platform van vertegenwoordigers van de Nederlandse kenniseconomie dat innovatie en ondernemerschap in Nederland wilde stimuleren. Het Innovatieplatform was in 2003 ingesteld door het tweede kabinet Balkenende. Aanleiding voor de oprichting van het platform was de zogenaamde kennisparadox: het aandeel van innovaties in de omzet van bedrijven blijft relatief laag, ondanks dat Nederland bijzonder goed scoort op het gebied van wetenschappelijk onderzoek. Doel van het platform was dat Nederland internationaal tot de top-5 gaat behoren op het gebied van hoger onderwijs, onderzoek en innovatie.

De inspanningen van het eerste Innovatieplatform hebben onder andere geleid tot een versoepeling van het beleid voor de toegang van buitenlandse kenniswerkers, de invoering van innovatievouchers voor het midden- en kleinbedrijf en de Kennisinvesteringsagenda. Daarnaast werden sleutelgebieden gekozen, gebieden waarin Nederland al sterk is en waarin het nog sterker kan worden mits deze gebieden verder worden ondersteund.

Het platform werd regelmatig van verschillende kanten bekritiseerd, bijvoorbeeld door politici en ondernemers die van mening waren dat de resultaten te beperkt waren. De eerste secretaris van het platform, Frans Nauta, schreef een uitermate kritisch boek over het functioneren van het platform.

Omdat innovatie, volgens de regering, om een langdurige inspanning vraagt, had ook het vierde kabinet Balkenende in 2007 opnieuw een innovatieplatform opgericht voor de lopende kabinetsperiode. In juni 2010 is het Innovatieplatform opgeheven.

InnovatieNetwerk is een publieke netwerkorganisatie die in januari 2000 in het leven is geroepen door het Nederlandse ministerie van LNV. De organisatie komt voort uit de vroegere Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek (NRLO). Het InnovatieNetwerk heeft als opdracht te werken aan grensverleggende innovaties, ter bevordering van de duurzame ontwikkeling van de nationale en internationale land- en tuinbouw, de voedingsmiddelenindustrie en het platteland. Ze doet dit door partijen uit het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, wetenschap en overheid bij elkaar te brengen, door informatie te verschaffen via publicaties, overleg en de media, en door perspectiefvolle ideeën voor vernieuwing op hoofdlijnen uit te werken.

Een commerciële partij uit diezelfde land en tuinbouw verkoopt trainingen aan bedrijven die innovatie moeten bevorderen. Ze hanteren op het gebied van innovatie een specifiek jargon en stellen hedendaagse innovatie t.o. lineaire, lees ouderwetse, innovatie.

Exponentieel Innoveren, de basisbeginselen van innoveren met Singularity, Lean Startup en Exponential Organizations. (Hillenraad Partners i.s.m. Singularity University: http://www.hillenraad.nl/downloads/Hillenraad%20Partners%20Lean%20Startup.pdf?gclid=COrYsIPW1r8CFTMftAodFlkAYw) Men onderkent 6 gebieden van technologie en 7 gebieden van publieke/sociale middelen die exponentieel zijn (Peter Diamandis, Singularity Univeristy, 2013:

  1. computing/ network
  2. artificial intelligence
  3. robotics
  4. 3d printing
  5. synthetic biology
  6. digital medicine
  1. incentive competition (positieve prikkel)
  2. (big) data mining
  3. gamification
  4. diy communities
  5. on demand workforce
  6. crowd creativity
  7. crowd funding

Exponentiele Innovatie wetten:

  1. the only constant is change
  2. and the rate of change is increasing
  3. stand still=death
  4. tap into technology around you

Creativiteit omschreven?

De meeste mensen hebben wel een notie van wat creativiteit is. Er wordt al eeuwen veel over geschreven. De Grieken maken melding van de god Kairos, kleinzoon en tegenhanger van de regelmaat van de Tijd (Kronos). Kairos verstaat de kunst om af te wachten, waar te nemen en op het juiste moment te pieken. (Kairos, Joke J. Hermsen, 2014). Ook is er een verband tussen creativiteit en de god Dionysos te leggen. Hij is de tegenhanger van Apollo, de god van de orde  en de logistiek.

Sinds ongeveer een halve eeuw wordt er gerichter wetenschappelijk onderzoek naar creativiteit gedaan. het laatste decennium krijgt dat onderzoek meer massa en wordt het betrouwbaarder.

Creativiteit is misschien nooit helemaal te definiëren, laat staan dat het bestaansrecht ervan op bewijslast te baseren is. Wel kunnen we het begrip beschrijven en onderzoeken: wie aan de zwarte doos van dat wat creativiteit is rammelt komt er van alles over te weten.

We doorsnijden hieronder het begrip creativiteit een vatten een aantal aspecten van creativiteit. Daar waar nodig vullen

Het creatieve vermogen werd vooral aan kunstenaars en genieën toegeschreven zoals Leonardo da Vinci of Lorenzo Brunelleschi. Ook in de meer exacte wetenschap wordt creativiteit erkent. Albert Einstein geldt niet alleen als wetenschapper, maar ook als creatief visionair. Het verhaal gaat dat Kekulé, toen de formule van benzeen, C6H6, wel bekend was maar nog niemand begreep hoe de structuur in elkaar zat, in een droom een slang zag die zijn eigen staart opat. Eureka! Zo kreeg hij het vermoeden dat de benzeenmolecule wel eens een ring zou kunnen zijn. In het algemeen lijkt het zo dat de grote wetenschappers zich niet neerlegden bij bestaande conventies.

Tegenwoordig lijkt creativiteit niet alleen voor het genie voorbehouden. Iedereen is kunstenaar riep Joseph Beuys rond 1980 uit en gaf daarmee aan dat ieder mens potentiëel creatief kan zijn. In sommige kringen heerst nog een steeds verschil tussen hogere en lagere creativiteit.

Creativiteit is talloze malen nader beschouwd en geanalyseerd. Een herhalend patroon valt waar te nemen bij allerlei belangwekkende uitvindingen en inventies:

Het creatieve proces

Dit proces wordt veelal globaal herkend en onderverdeeld in 5 fasen (Dr. A.Th. Meel-Jansen, de kunst verstaan, 1988)

  1. begrip en waarneming van het creatieve doel of het creatieve probleem.
  2. onderbewuste fase: het brein (of het lijf) probeert oplossingen te verzinnen. Er is veel hersenactiviteit.
  3. illuminatie: er wordt een oplossing (voor een probleem) gezien. Eureka. Ofwel er wordt een verband gelegd tussen minimaal twee dingen: de Aha-beleving!
  4. testfase: de oplossing wordt aan de praktijk getest.
  5. uitwerking: de oplossing wordt vormgegeven.

Aangezien de creatieve activiteit met name in de onderbewuste fase plaatsvind en daarmee lastig te meten is zijn er technieken bedacht die creativiteit stimuleren:

de brainstorm

Een expert kan je misschien vertellen hoe iets werkt, maar toch vooral ook hoe iets niet werkt. Juist mensen van buiten het vakgebied dragen andersoortige ideeën aan die tot de oplossing kunnen komen. Een brainstrom is een georganiseerde activiteit teneinde een overvloed aan ideeën te genereren. Waarbij elk idee in eerste instantie wordt genoteerd en erkend.

@